NUV_Dutchbatt-InfCoy

 

Unifil

De afkorting die ons anno 2002 nog steeds bezighoudt.
Een begrip voor zo'n 8.000 Nederlanders, die destijds bijna allemaal vrijwillig hebben gekozen voor een uitzending tijdens hun
 (dienstplichtige) militaire loopbaan. Voor de meeste van ons was het een eenmalige missie van een half jaar, vaak als extra uitdaging of als zinnige volbrenging van de diensttijd, voor een ander bleef het niet bij eenmaal en is soms twee, drie of meerdere keren uitgezonden. Maar één ding is zeker:

Libanon laat ons nooit helemaal los.

  Maar wist u dat er anno 2002 nog steeds een UNIFIL bestaat?
De vredesmacht bestaat uit ongeveer 5.000 man. Italië levert (nog steeds) een helikopter squadron en Frankrijk levert beveiligingstroepen voor het UNIFIL hoofdkwartier.

Nederland maakt sinds 1985 geen deel meer uit van UNIFIL. Maar in menig gedachte sluimert zeker nog wel het gevoel van toen, zeker nu ook weer Israël regelmatig in het nieuws is.

Nederlandse Unifil Vereniging
In 1999 is er door, en alleen voor Unifillers, de Nederlandse Unifil Vereniging opgericht.

 Geschiedenis van Unifil

  Dutchbatt / Dutch Infantery Coy 1979 –1985

Aanvankelijk bedroeg de totale sterkte,inclusief het Nederlands personeel bij het Unifil hoofdkwartier, 832 personen, De omvang werd na december 1979 tot 818 militairen teruggebracht. Een bijzondere poot aan de stam van Dutchbatt was vanaf 18 april 1979 een peloton van het Libanese regeringsleger Deze eenheid stond onder operationeel bevel van de A-compagnie en was samen met de compagnies staf gelegerd in en om het plaatsje Yatar.

Ook leverde Nederland permanent 7 stafofficieren voor het hoofdkwartier in Naqoura. De hoogste Nederlandse militair bij de Unifil-staf, in dit geval het hoofd operatieën, was tevens commandant van de Nederlandse troepen. Later werden ook enkele militairen gestationeerd in Naqoura: Een logistiek officier, 6 marechaussees voor de MP-compagnie en 6 militairen van de verbindingsdienst.

   De Ontplooing

 
  Het eerste bataljon, onder commando van luitenant-kolonel E.H. Lensink, nam op 14 maart 1979 in Libanon de taken over van het Franse VN-bataljon dat door de regering in Parijs werd teruggetrokken. Enkele weken daarvoor, op 25 februari 1979, was een drie man sterk voordetachement vertrokken, twee dagen later gevolgd door 75 kwartiermakers.

In het aan Dutchbatt toegewezen gebied -250 km2 groot- was veel behoefte aan mobiliteit, een vereiste waaraan het Nederlandse bataljon vooral met zijn YP 408-pantservoertuigen deels tegemoet kon komen.

Dutchbatt moest door de grote omvang van het bataljonsvak bijzonder gedecentraliseerd optreden. Deze spreiding maakte de posten kwetsbaar, maar verhoogde tegelijk de doelmatigheid van het operationele optreden in het hele vak.
Het gebied was voor een groot deel rotsachtig, geaccidenteerd en slechts plaatselijk (met name in de vruchtbare dalen of de zogenoemde wadi's) kwam enige boomgroei voor. De belangrijkste noord-zuid insnijding was de Wadi an Nafkhah, die het inzetgebied geografisch scheidde in een westelijk en een groter oostelijk deel.

Tot het gebied van Dutchbatt behoorde ook het zuidelijk deel van de zogeheten ijzeren Driehoek, het gebied waarin de PLO heer en meester was. Zij verklaarde zelfs enkele wegen off limits voor de VN. Elk van de vier Nederlandse compagnieën was voor een deel van de Dutchbatt-zone verantwoordelijk het gebied ten westen van de Wadi an Nafkhah was toegewezen aan C-compagnie, een van de twee pantserinfanteriecompagnieen die haar commandopost in het dorp Majdal Zun vestigde.

De C-compagnie bemande als enige enkele 'bovenposten' in de enclave van majoor Haddad. Het gebied ten oosten van deze wadi was gesplitst in een noordelijk en een zuidelijk deel, Het noordelijk deel viel onder verantwoordelijkheid van de pantserondersteuningscompagnie met de commandopost aan de doorgaande weg van Haris naar As Siddiqin. In het zuidelijk deel opereerde de tweede pantserinfanteriecompagnie (A-compagnie) vanuit de commandopost nabij het dorp Yatar. De staf, staf- en verzorgingscompagnie en de aanvullingsdetachement-encompagnie bevonden zich in Haris en omgeving.

   De Taken


  De primaire taak van Dutchbatt was het bezetten, bewaken en beveiligen van het toegewezen bataljonsvak. Dit moest worden bereikt door -vooral met observatieposten, roadblocks en patrouilles- infiltraties in de Unifil-zone te voorkomen van met name de Israel Defence Forces (IDF), majoor Haddads De Facto Forces (DFF) en de PLO.

Alle hulpmiddelen die het bataljon bezat, werden daarbij ingezet: lichtmunitie voor de 120 mm mortieren, schaarkijkers, gevechtsveldbewakingsradar, zoeklichten en helderheidversterkers. Nadat de zware mortieren in 1983 waren teruggetrokken, kreeg de eenheid de beschikking over lichtmunitie voor de terugstootloze vuurmond Carl Gustav M-2.

In het kader van de bewakingstaak probeerde Dutchbatt mogelijke infiltratieroutes, zoals de noord-zuid lopende Wadi an Nafkhah, af te sluiten. Het bemannen van enkele bovenposten in het gebied van majoor Haddad moest vooral de DFF afschrikken. Daarnaast onderhield Dutchbatt zo intensief mogelijke contacten met alle betrokken partijen en de lokale bevolking.

Unifil beschikte niet over een organieke reserve, wel over ad hoc samengestelde Force Main Reserves (FMR). Als mobiele en gepantserde eenheid leverde Dutchbatt steeds een belangrijke bijdrage aan de FMR. Deze bijdrage bestond uit een commandogroep en -indien nodig- twee pantserinfanteriepelotons. Met zijn zware wapens kon Dutchbatt op aanvraag snel vuursteun geven wanneer zich bij de andere Unifil-bataljons incidenten voordeden. Vanaf februari 1980 leverde Dutchbatt overigens ook nog bij toerbeurt een wachtdetachement van een pelotonsgrootte voor de begeleiding van eventuele konvooien via de kustweg en voor de kazerne in Tyrus.

   Dutch Infantery Coy


  Op 22 juni 1983 maakt de Nederlandse regering in eerste instantie bekend dat de Nederlandse bijdrage per 19 oktober zal worden beëindigd, maar 3 maanden later (30 September) komt zij hierop terug om alsnog te besluiten om toch een compagnie te handhaven.

Omdat deze compagnie een zelfstandig opererende eenheid moest zijn, werd een infanteriepeloton vervangen door een logistiek component en werden ook vier marechaussees toegevoegd. De compagniescommandant werd een majoor, waarmee de totale sterkte van de compagnie kwam op 155 manschappen. De compagnie nam het gebied over dat voorheen door de C-compagnie was beheerd. Zo bleef de commandopost in Majdal Zun (post 7-4), waar ook de onderhoudsgroep was geplaatst. Begin 1984 werd, vanwege slechte bereikbaarheid in het regenseizoen van post 7-22, ook het verzorgingspeloton hier gehuisvest.

Dutch Infantery Coy (afgekort DIC) blijft in totaal 5 rotaties van elk een half jaar bestaan, totdat de regering op 4 oktober 1985 besluit om alle troepen uit Libanon terug te trekken. Op 17 Oktober 1985 draagt DIC haar verantwoordelijkheden over aan Nepal (Nepbatt) en de Fiji-eilanden (Fijibatt). Waarna een einde is gekomen aan de Unifil-inzet door Nederlandse militairen.

Uiteindelijk en officieel zal de laatste militair, Contingentscommandant Lkol van Gilst op 6 november 1985 terugkeren naar Nederland.

Bronvermelding: boek Van Korea tot Kosovo' (Christ Klep, Richard van Gils), SDU uitgevers Den Haag.

  Op 18 jan 1979 deed de toenmalig Secretaris-generaal Kurt Waldheim formeel het verzoek aan de Nederlandse regering voor een Pantserinfanteriebataljon voor Unifil, De VN deed dit omdat Iran en Frankrijk hun troepen wilden terugtrekken De ministerraad ging op 19 Jan. 1979 akkoord.

Defensie wees het sinds 1965 voor VN-taken beschikbare 44 Painfbat Johan Willem Friso uit Zuidlaren aan. Het bataljon zou in eerste instantie voor de duur van een jaar worden uitgezonden, maar uiteindelijk werd het een inzet van 6,5 jaar (25 febr. '79 - 6 nov. '85), waarvan de laatste 2 jaar alleen een compagnie.

   De organisatie en structuur

 Het Nederlandse bataljon dat in Libanon ontplooide. was opgebouwd uit een staf, staf- en verzorgingscompagnie (204 personen), een pantserondersteuningscompagnie (141 personen) en twee pantser infanterie compagnieën (elk 142 personen). Omdat het bataljon in Libanon zelfstandig moest kunnen optreden, voegde de Koninklijke Landmacht (KL) een nieuw opgerichte aanvullingsdetachementen-compagnie toe (203 personen). In deze compagnie werden naast een staf een detachement marechaussee en een geneeskundig detachement ook een verzorgingspeloton, een geniepeloton en een algemenedienstenpeloton opgenomen.

 

Whe-dont-remember-the-Days-Only-the-Moments

 

Terug

Artikel serperator NUV

Lidmaatschap

Agenda

logo lzv web